31 augustus 2026
Wie doseert onder de klinische dosis? 78 pre-workoutvarianten langs de lat
Op elk pre-workoutetiket staat een rij stoffen met een aantal milligram erachter. Die aantallen zeggen op zichzelf weinig. De vraag is hoe ze zich verhouden tot de dosis waarop de stof in onderzoek is getest. Wie daarnaar vraagt, komt vaak terecht bij de term klinische dosis: de hoeveelheid waarvan studies een consistent resultaat laten zien. Wij hebben die drempel voor 27 stoffen vastgelegd op onze ingredientenpagina's, samen met een bewijsniveau per stof. In dit stuk zetten we de 78 pre-workoutvarianten met een actuele prijs in onze vergelijking langs die lat.
De uitkomst, op basis van de prijzen per 31 augustus 2026: van de 497 doseringen die we in die varianten tellen, halen er 266 de klinische dosis. Dat is 54 procent. De andere 231, ruim 45 procent, blijven eronder. En die restgroep is niet eerlijk verdeeld over de stoffen.
Hoe we dit gemeten hebben
De vergelijking bevat 30 pre-workouts met een geldige Nederlandse prijs en een werkende winkellink, goed voor 78 varianten (smaken tellen mee, want de samenstelling kan per smaak verschillen). Voor elk van die varianten staat in onze database hoeveel milligram van elke stof erin zit, over 497 koppelingen met 27 stoffen. De klinische dosis per stof komt uit onze eigen ingrediententabellen, die elke dosis onderbouwen met geverifieerde bronnen. Onder de dosis betekent hier: minder milligram per portie dan de ondergrens van die tabel.
Wat we niet doen is oordelen over of een stof werkt. Dat laat de bewijsniveaus aan jou om te wegen. Wij leggen alleen de etiketwaarde naast de testwaarde uit het onderzoek.
De grootste afvallers
Bij de stoffen die het vaakst voorkomen, valt het verschil meteen op.
| Stof | Bewijsniveau | Klinische dosis | Varianten | Onder de dosis | Laagst gemeten |
|---|---|---|---|---|---|
| Beta-alanine | redelijk | 4000 mg | 66 | 55 | 1000 mg |
| Citrulline | redelijk | 3000 mg | 57 | 20 | 750 mg |
| Tyrosine | redelijk | 1000 mg | 28 | 26 | 100 mg |
| Betaïne | redelijk | 2500 mg | 21 | 20 | 600 mg |
| Arginine | dun | 3000 mg | 21 | 15 | 750 mg |
| Theobroma cacao-extract | dun | 250 mg | 19 | 19 | 5 mg |
| Theanine | redelijk | 200 mg | 14 | 13 | 30 mg |
| Rode bietenextract | redelijk | 10.000 mg | 8 | 8 | 1000 mg |
| Naringine | nauwelijks | 600 mg | 8 | 8 | 25 mg |
| Choline | nauwelijks | 250 mg | 6 | 6 | 40 mg |
Beta-alanine is de scherpste casus. De stof heeft een redelijk bewijsniveau en een klinische dosis van 4000 mg per dag, maar 55 van de 66 varianten blijven daarbij ver. De laagste etiketwaarde in onze catalogus is 1000 mg, een kwart van de drempel. Wie een pre-workout koopt en de parasthesieën, de tintelingen, herkent, proeft vaak de dosis: het tingelen op de huid begint bij veel mensen al onder de 4000 mg, dus een tintelend product zegt niets over of je de volle dosis binnenkrijgt.
Hetzelfde patroon bij tyrosine (26 van de 28 onder de drempel) en betaïne (20 van de 21). Bij betaïne is dat extra opvallend, want het is een van de weinige stoffen met een toegestane EU-claim, en die claim geldt pas vanaf 500 mg per portie met een daginname van 1,5 gram. Slechts een van de 21 varianten komt in de buurt van wat de claim vereist.
De uitersten staan bij het theobroma cacao-extract en bij rode biet. Van cacao zit geen enkele van de 19 varianten op de ondergrens van 250 mg; het maximum is 100 mg. Rode bietenextract is nog scherper: alle 8 varianten leveren 1000 mg, terwijl de klinische dosis vanaf 10.000 mg begint. Dat is een tiende van wat de studies gebruikten.
Wie wel op dosis zit
Het is geen aanval op de hele markt. Bij de goed onderzochte stoffen zit de grote meerderheid er netjes naast de drempel of boven.
- Cafeïne: 3 van de 69 varianten zitten onder de 150 mg ondergrens. Merk op dat cafeïne in het EU-register geen enkele toegestane gezondheidsclaim heeft, dus we koppelen er bewust geen effect aan.
- Creatine: 3 van de 16 onder de 3000 mg. De toegestane EU-claim over korte, intensieve inspanning geldt bij 3 gram per dag, en de meeste fabrikanten halen dat.
- Taurine: 3 van de 27 onder de 1000 mg.
- BioPerine: 0 van de 30 onder de 5 mg.
Dat laatste is geen verdienste maar een prijskaartje: BioPerine en AstraGin zijn merkextracten die als opnamebevorderaar dienen en die op een paar tientallen milligram zitten. Ze staan op bewijsniveau dun.
Wat dit betekent bij het vergelijken
Een etiket met tien stoffen oogt completer dan een etiket met drie. De cijfers hierboven laten het omgekeerde zien: producten met een lange ingrediëntenlijst halen gemiddeld vaker de drempel niet, omdat een portie van 15 gram simpelweg te weinig ruimte biedt om vijf stoffen op hun klinische dosis te stoppen. Beta-alanine alleen al vraagt 4 gram van je scoop.
Wie pre-workouts vergelijkt, doet er dus goed aan twee vragen te stellen bij elk etiket. Staat er een hoeveelheid per stof, of alleen een propriëtair mengsel zonder grammen? En komt die hoeveelheid in de buurt van de dosis uit het onderzoek? Beide antwoorden staan per product in onze vergelijker, en de dosis en het bewijsniveau per stof op de ingredientenpagina's. Voor de prijs zelf verwijzen we naar de eiwitpoeder-prijsindex, want een scoop die de dosis haalt is pas een goede deal als de prijs er ook in verhouding is.
Eén kanttekening erbij. De klinische dosis is hier een drempel uit onderzoek, geen medisch advies. Dat een stof op dun of nauwelijks staat, betekent dat de dosering weinig waard is omdat het bewijs zelf al weinig waard is; dat geldt bijvoorbeeld voor naringine, waarvan de enige nette studie geen effect vond. En dat een portie onder de dosis blijft, is voor stoffen met een beperkt bewijs vaak niet eens het grootste probleem.